Swiftparkiet
 |
Latijnse naam: Lathamus discolor.
Lathamus: naar John Latham, de beroemdste
Britse ornitholoog van de 18de Eeuw.
Discolor: afwisselend, bont, veelkleurig.
Lengte: 25 cm
Ringmaat: 5 mm
Herkomst: Zuidoost Australiƫ |
Kenmerken: op het eerste zicht is er weinig verschil tussen man en pop, toch zijn er verschillen.
Man: de hoofdkleur is groen. Het voorhoofd, hals en het voorste deel van de wangen zijn rood. Het rood van de wangen is omzoomd met een dubbele gele rand. Achter deze gele rand gaat de kleur van de wangen over in blauwgroen. De schedel is donkerblauw van kleur. De borst en de buik zijn geelachtig groen. Zowel de staart als de vleugels zijn puntig van vorm. Er is een smalle grijze oogring met een oranje iris. De snavel is hoornkleurig bruin. De poten zijn hoornkleurig grijs.
Pop: de pop lijkt op de man maar is iets fletser van kleur. De meeste poppen hebben een bruingele iris, terwijl de mannen een oranje iris hebben. Poppen hebben altijd een witte vleugelstreep aan de onderzijde van de slagpennen.
Jongen: de jongen lijken op de pop maar zijn bleker van kleur. Het rood van de onderstaartveren ontbreekt. De iris is bruin. Na 9 maanden zijn ze volledig op kleur. Op de leeftijd van 1 jaar zijn ze geslachtsrijp.
Eigen ervaring: Hiervan heb ik 2 kweekkoppels in mijn bezit, omdat ik bij de aanschaf van mijn 1ste koppel met 2 mannen zat. De man is van 2006 en de pop van 2004. In 2008 had ik een eerste nest van 3 eieren wat slechts 1 jong voortbracht. In 2009 had ik een nest van vier jongen. Mijn ander koppel is van 2008. Iin 2010 heeft ze 4 eieren gelegd waaruit drie jongen grootgebracht. Daarvan heb ik me 2 mannen gehouden en er 2 poppen bijgekocht. Nu heb ik in totaal 3 kweekkoppels. Mijn oud kweekkoppel bracht in 2011 weer 3 jongen groot. |