Pruimkopparkiet

Latijnse naam: Psittacula cyanocephala.

Lengte: 34 cm

Ringmaat: 5 mm

Herkomst: Sri Lanka, India, Rameswarameilanden,
Oost-Pakistan en vanaf Nepal tot aan Bhutan.

Kenmerken: Beide geslachten zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Man: volwassen mannen hebben een paarsrode kop die afgezet is met een zwarte band. Onder de nekring bevindt zich een blauwgroene kraag. De buik is geelachtig groen, de rug donkergroen. Op de vleugels heeft de man een bruinrode vleugelstreep. De twee langste staartpennen zijn blauw met een wit uiteinde. De snavel is oranjegeel en de ondersnavel bruinzwart. De iris is geel en de poten zijn grijs.

Pop: de pop heeft een blauwachtig grijze kop met een gele rand. Het groen bij de pop is minder fel. De borst is meer olijfgroen. Op de vleugels ontbreekt de roodbruine vleugelstreep. De snavel is bleekgeel, de ondersnavel grijs.

Jongen: de jongen lijken op de pop maar hebben een kortere staart. Uiterlijk kan men het geslacht pas na 3 jaar herkennen daarom laat ik ze altijd DNA seksen.

Eigen ervaring: Pruimkoppen kweek ik reeds vele jaren. Mijn eerste kweekkoppel was van 1993. Elk jaar brachten ze 5 jongen groot tot op het ogenblik dat mijn pop is gestorven in 2003. Deze werd dan vervangen door een pop van 2004. In 2007 - 2008 en 2009 had ik eveneens ieder jaar 5 jongen. In 2010 legde ze 5 eieren maar ze waren niet bevrucht. Mijn man is aan vervanging toe. Uit een nest van 2008 had ik een pop voor mezelf gehouden en op de beurs in Roeselare kocht ik er een man bij van 2008. Hierdoor heb ik nu 2 koppels pruimkoppen. Mijn oud kweekkoppel had in 2011 5 eieren waarvan 5 jongen, 4 mannen en 1 pop. Mijn jong koppel heeft ook gewoond maar de eieren waren niet bevrucht.